PROSTITUTIE (VERGUNDE EN NIET-VERGUNDE)

Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 is de exploitatie van prostitutie in Nederland gelegaliseerd. Het bordeelverbod is opgeheven om meer zicht te krijgen op de prostitutiebranche en zo deze te kunnen sturen, beheersen en reguleren. De politie is veel ingezet bij controles in het kader van bestuurlijk toezicht met het gevolg dat er minder capaciteit overblijft voor controles bij de niet-vergunde seksbedrijven. Verschillende partijen verwachten dat door de komst van de Wet Regulering Prostitutie (WRP) in 2016 en het intensieve toezicht in de vergunde prostitutiesector, de exploitatie van prostitutie uitwijkt naar de niet-vergunde prostitutiesector om zo het toezicht te ontwijken. Door het ontbreken van toezicht in de niet-vergunde prostitutiebranche zijn de prostituees kwetsbaarder voor de risico’s van geweld en uitbuiting. Het opstellen van prostitutiebeleid en handhavingsbeleid voor zowel de vergunde sector als de onvergunde sector is belangrijk voor gemeenten. Het helpt hen onder andere bij de aanpak van mensenhandel.

Categoriëen